Melanie – deel 4; voetballen met pijn
De eerstejaars en ik werden steeds closer, maar ondanks dat mijn kamergenootje en ik niet. Ik weet nog goed dat ik de eerste uitwedstrijd niet mee kon reizen omdat mijn papieren bij de NCAA, de Amerikaanse voetbalbond, nog niet in orde waren, en alle eerstejaars terugkwamen en ze kamers wilden ruilen. We hebben het geluk dat we allemaal op dezelfde verdieping, in dezelfde hoek, 3 kamers naast elkaar hebben, dus dat zou niet heel lastig worden. Ik vond het allemaal prima, want ik kon het toch niet goed vinden met mijn kamergenootje, maar dat het achter mijn rug om ging vond ik best erg. Ik ben een “straight to the point” persoon, dus ik vond het vervelend dat het op die manier moest gaan. Uiteindelijk is mijn kamergenootje gewoon op deze kamer gebleven en hadden alleen de andere meiden onderling geruild. Alle negativteit werd me op dat moment te veel.
Toen ik jong was had ik altijd al ideeën over wat ik wilde doen als ik later groot zou zijn. Het liefst wilde ik of piloot of profvoetbalster worden. Ik moet wel toegeven dat ik eigenlijk een meisje ben die altijd alles wel heel leuk vond, maar nooit echt heel overtuigend iets zo graag wilde als die twee dingen. Het ene moment wilde ik iets gaan doen met capoeira (Braziliaanse vecht-dans) omdat ik daar een paar proeflessen van had gehad op de basisschool en het andere moment dacht ik dat ik een medaille kon winnen met zwemmen. Ik weet nog dat wanneer mijn moeder me vroeg wat ik voor mijn verjaardag wilde, ze altijd zei dat ik een dag voordat ik jarig was haar pas